Liturgie van het Woord van 5e zondag van de veertigdagentijd, jaar C zo 06-04-2025

Laat degene onder u die zonder zonden is,
het eerste een steen op haar werpen.” Weer boog Hij zich voorover en schreef op de grond
. (Joh. 8, 1-11)

eerste lezing: Jes. 43, 16-21

Zie Ik onderneem iets nieuws en Ik zal mijn volk te drinken geven.

Uit de Profeet Jesaja.

Zo spreekt de Heer, die door de zee een weg legt,
een baan door de onstuimige golven; en die wagen en paard daarover laat gaan, leger en strijdmacht, gesloten aaneen, maar dan gaan ze rusten, staan niet meer op, uitgeblust zijn ze, uitgedoofd als een vlaspit.
Denk niet meer aan het verleden en sla geen acht op wat reeds lang voorbij is: Ik onderneem iets nieuws,
het begin is er al: ziet ge het niet? Een weg leg Ik door de steppe,rivieren laat Ik stromen door de woestijn.
De wilde dieren zullen ontzag voor Mij hebben,
de jakhalzen en de struisvogels; want door de steppe laat Ik beken stromen, rivieren door de woestijn,
zodat mijn uitverkoren volk zich kan laven:
en dit volk dat Ik mij gevormd heb zal mijn lof verkondigen!
– Woord van de Heer. – Wij danken God.

tussenzang: Ps 126 (125) 1-2ab, 2cd-3, 4-5, 6

Refrein:
Geweldig was het wat de Heer ons deed,
daarom zijn wij zo blij.

De Heer bracht Sions ballingen terug:
het was alsof wij droomden.
Toen lachten alle monden
en juichte elke tong.

Toen zei men bij de volken:
geweldig is het wat de Heer hen deed.
Geweldig was het wat de Heer ons deed.
daarom zijn wij zo blij.

Keer nu ons lot ten goede, Heer,
zoals een beek doet in de Zuid-woestijn.
Die onder tranen zaaien
zij oogsten met gejuich.

Vol zorgen gaan zij uit
met zaaizakken beladen;
Maar keren zingend weer,
beladen met hun schoven.

tweede lezing: Fil. 3, 8-14

Om Christus heb ik alles prijsgegeven, meer op Hem  lijkend in zijn sterven.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Filippi.

Broeders en zusters, Ik beschouw alles als verlies,
want mijn Heer Jezus Christus kennen gaat alles te boven. Om Christus heb ik alles prijsgegeven
en houd ik alles voor afval als het er om gaat Hem te winnen en één te zijn met Hem. Ik heb geen eigen gerechtigheid op grond van de wet;mijn gerechtigheid komt door het geloof in Christus, ze is een gave van God en steunt op het geloof. Ik wil Christus kennen,
ik wil de kracht van zijn opstanding gewaarworden
en de gemeenschap met zijn lijden, ik wil steeds meer op Hem lijken in zijn sterven om eens te mogen komen tot de wederopstanding uit de doden. Niet dat ik het al bereikt heb. Ik ben nog niet volmaakt. Maar ik streef er vurig naar het te grijpen, gegrepen als ik ben door Christus Jezus. Nee, vrienden, ik beeld mij niet in er al te zijn. Alleen dit: ik vergeet wat achter me ligt ik reik naar wat voor me ligt ik storm af op het doel: de prijs van Gods heerlijke roeping.
– Woord van de Heer. – Wij danken God.

vers voor het evangelie: Ez. 33, 11

Niet de dood van de zondaar wil Ik, zegt de Heer,
maar zijn bekering en zijn leven.

evangelie: Joh. 8, 1-11

Laat degene onder u die zonder zonden is, het eerst een steen op.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes.

In die tijd begaf Jezus zich naar de Olijfberg. ’s Morgens vroeg verscheen Hij weer in de tempel en al het volk kwam naar Hem toe. Hij ging zitten en onderrichtte hen. Toen brachten de schriftgeleerden en Farizeeën Hem een vrouw die op overspel was betrapt. Zij plaatsten haar in het midden en zeiden tot Hem:  “Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt terwijl ze overspel bedreef. Nu heeft Mozes ons in de Wet bevolen zulke vrouwen te stenigen. Maar Gij,
wat zegt Gij ervan?” Dit bedoelden ze als een strikvraag in de hoop Hem ergens van te kunnen beschuldigen.  Jezus echter boog zich voorover
en schreef met zijn vinger op de grond. Toen zij bij Hem aanhielden met vragen richtte Hij zich op en zei tot hen: “Laat degene onder u die zonder zonden is,
het eerste een steen op haar werpen.” Weer boog Hij zich voorover en schreef op de grond. Toen zij dit hoorden dropen zij een voor een af, de oudsten het eerst, tot dat Jezus alleen achterbleef met de vrouw
die daar was blijven staan. Nu richtte Jezus zich op en sprak tot haar: “Vrouw, waar zijn ze gebleven?
Heeft niemand u veroordeeld?” Zij antwoordde:
” Niemand, Heer.” Toen zei Jezus tot haar:
“Ook Ik veroordeel u niet; ga heen en zondig van nu af niet meer.”
– Woord van de Heer. – Wij danken God.

https://dionysiusparochie.nl/lectionaria/deel-c-veertigdagentijd/5e-zondag-van-de-veertigdagentijd-jaar-c/

Overweging:

 De zon van gerechtigheid: de nieuwe Wet in de Tempel.

      Een vrouw die schuldig was aan overspel, werd door de schriftgeleerden en farizeeërs meegenomen naar Jezus. Ze formuleerden boosaardig hun beschuldiging, op zo’n manier dat als Jezus haar vergaf, dat Hij de Wet scheen te overtreden, maar als Hij haar veroordeelde dan zou Hij de reden van zijn komst gewijzigd lijken te hebben, want Hij was gekomen om uiteindelijk de zonden van allen te vergeven. (…) Terwijl ze spraken, schreef Jezus met zijn hoofd omlaag, met zijn vinger in het zand. Daar ze bleven wachten, hief Hij zijn hoofd op en zei: “Degene onder u die zonder zonde is, werpe de eerste steen op haar”. Bestaat er iets goddelijker dan deze zin: dat Hij die zonder zonde is de zonde straft? Hoe zou Hij immers toe kunnen staan dat een mens de zonde van een ander veroordeelt, en dat hij zijn eigen zonde verontschuldigt? Veroordeelt diegene zich niet nog meer door bij de ander hetgeen hijzelf doet, te veroordelen? Zo sprak Jezus en schreef op de grond. Waarom? Het is alsof Hij wilde zeggen: “Waarom kijk je naar de splinter in het oog van je broeder of zuster, terwijl je de balk in je eigen oog niet opmerkt?” (Lc 6,41). Hij schreef op de grond met zijn vinger waarmee Hij de Wet had geschreven (Ex 31,18). De zondaars zullen op de aarde opgetekend  zijn en de rechtvaardigen in de hemel, zoals Jezus tegen zijn leerlingen zei: “Verheug je omdat jullie naam in de hemel opgetekend is” (Lc 10,20). Toen de farizeeërs Jezus hoorden, “gingen ze weg, een voor een, de oudsten het eerst”. (…) De evangelist heeft gelijk als hij schrijft dat zij, die niet bij Christus wilden zijn, weggingen. De wet is de uiterlijke Tempel; de mysteriën zijn binnenin. Want wat zij zochten in het goddelijk onderricht, waren de bladeren en niet de vruchten van de bomen; ze leefden in de schaduw van de Wet en ze konden de zon die gerechtigheid brengt, niet zien (Ml 3,20).

H. Ambrosius (ca 340-397) bisschop van Milaan en kerkleraar: Brief 26, 11-20 ; PL 16, 1044-1046

Bron: https://dagelijksevangelie.org/NL/gospel/2025-04-06